Triathlon, statistiek en stayeren

De triathlon is een duursport in de extreme zin van het woord. De hele triathlon begint met 3,8 km zwemmen, gevolgd door 180 km fietsen en 42,195 km hardlopen. De wereldrecordhouder Andreas Raelert krijgt dit voor elkaar in “slechts” 7 uur, 41 minuten en 33 seconden. Er zijn ook kortere versies van de triathlon. Op de Olympische spelen leggen de atleten ongeveer een kwart triathlon af en zwemmen ze relatief iets verder. De hele triathlon werd in 1977 voor het eerst georganiseerd na een debat over de vraag of fietsers, zwemmers of lopers de beste conditie hadden. Om die vraag te beantwoorden zouden alle drie ook gelijke kansen moeten hebben. Is dat ook zo? Of is een van de drie in het voordeel of in het nadeel? En wat heeft stayeren hiermee te maken?

Eerlijkheid, de theorie

Eerlijkheid in de triathlon is al vaker onderwerp van discussie geweest. In 1994 schreven Howard Wainer en Richard De Veaux het artikel “Resizing Triathlons for Fairness“. Hun idee: zorg ervoor dat de atleten ongeveer 1/3 tijd van de tijd aan het zwemmen 1/3 van de tijd aan het fietsen en 1/3 van de tijd aan het hardlopen zijn. Bij de hele triathlon zijn de atleten grofweg 10% van de tijd aan het zwemmen, 55% aan het fietsen en 35% aan het hardlopen. Er moet volgens hen dus verder worden gezwommen en korter worden gefietst. Maar hebben de atleten gelijke kansen als ze ongeveer even lang met de verschillende onderdelen bezig zijn? Om te winnen gaat het niet om de absolute tijd op een onderdeel, maar om het gat dat je kan slaan met je tegenstander. De verschillen in tijd zijn dus belangrijker dan de tijd zelf. In 2006 keken drie wetenschappers, Curtis, Fallingham en Reece daarom naar de spreiding van de tijden op de verschillende onderdelen. Zij concluderen in hun artikel “The “Fair” Triathlon: Equating Standard Deviations Using Bayesian Nonlinear Models” dat de verhouding zwemmen, fietsen, hardlopen ongeveer 1:17:4 zou moeten zijn. Dit houdt in dat de verhouding tussen fietsen en hardlopen op de Olympische spelen ongeveer goed is, maar dat er verder zou moeten worden gezwommen.

tabeltriathlon

Eerlijkheid, de praktijk

Op basis van dit onderzoek verwachten we dat goede zwemmers in het nadeel zijn, en er ongeveer even vaak een goede hardloper wint als een goede fietser. Als we naar de uitslagen van de Olympische spelen kijken is dat niet het geval. Deze worden bijna altijd gewonnen door goede hardlopers. Bij de Olympische spelen Londen in 2012 won Alistair Brownlee. De nummer 1 tot en met 7 van het eindklassement waren ook de nummers 1 tot en met 7 van het hardlopen. Hoe kan dat, als fietsers en hardlopers ongeveer gelijke kansen zouden moeten hebben? De crux zit in het stayeren. Stayeren houdt in dat je met fietsen in het wiel van iemand anders mag rijden, net zoals het peloton doet in de Tour de France. Hierdoor rijd je uit de wind, en dat kost een stuk minder energie. Net zoals in de Tour de France is het vrijwel onmogelijk om in je eentje of met een kleine groep te ontsnappen. Het voordeel van stayeren is simpelweg te groot, en de groep haalt je vrijwel altijd weer bij. Het recept voor Olympisch goud is dus als volgt: Zorg dat je niet teveel achterstand oploopt bij het zwemmen en sluit aan bij de kopgroep van het fietsen. Pak daarna de winst bij het hardlopen.

In de triathlonwereld is veel discussie over stayeren, en het is bij de meeste wedstrijden niet toegestaan. Alleen bij de Olympische spelen en een aantal Wereld Series mag je in het wiel van je concurrent rijden. Bij de overige wedstrijden, zoals de Ironman, moet je minimaal 12 meter afstand houden van je voorganger.

Gelijkere kansen bij de Ironman

Bij de Olympische Spelen is stayeren dus toegestaan, en bij de Ironman niet. Laten we eens kijken wat de impact hiervan is op de winkansen van hardlopers en fietsers. Om daar iets over te zeggen bepalen we eerst van elke atleet hoe goed hij relatief is in de drie onderdelen. De nummer 2 Gomez Noya en de nummer 10 Fabian hadden op een seconde na dezelfde tijd op het zwemmen. Gomez Noya besteedde 16,1% van zijn tijd aan het zwemmen, en Fabian 15,9%. Relatief gezien is Fabian dus een betere zwemmer dan Gomez Noya.

figuurtriathlon2

Als we de top 20 van de Olympische Spelen van Londen naast de Ironman van Hawaii 2014 zetten zien we duidelijke verschillen. De Olympische Spelen worden gewonnen op het hardlopen. Bij de Ironman zijn de kansen gelijkmatiger verdeeld. De winnaar Sebastian Kienle pakte de winst zelfs op het fietsen.

Conclusie

Goede zwemmers zijn in het nadeel bij een triathlon. Om hen ook een eerlijke kans te geven zou de zwemafstand vergroot moeten worden ten opzichte van het fietsen en hardlopen. Stayeren speelt een belangrijke rol bij de Olympische Spelen, en maakt goede fietsers zo goed als kansloos om kampioen te worden. De winst wordt hier behaald op het hardlopen. Bij de Ironman, waar stayeren niet is toegestaan, zijn de kansen tussen hardlopers en fietsers eerlijker verdeeld.